Hij komt uit een groot gezin. Hij was het nakomertje. Zijn ouders gingen scheiden toen hij zes was. Zijn moeder herleefde haar tweede jeugd en zijn vader zonderde zich af. Hij leerde al op jonge leeftijd vooral niet lastig te zijn. En hij leerde vooral veel alleen te zijn.
Hij kwam bij mij omdat hij voelde dat er een blokkade in zijn lichaam zat. Hij had al in geen twintig jaar meer gehuild. De laatste keer was bij de geboorte van zijn zoon. Niet omdat hij niet wilde huilen. Hij voelde het soms wel. Simpelweg omdat hij het niet kon.
“Waar verlang je naar?” vroeg ik hem.
Hij verlangde naar diepgang en openheid in het contact met zijn geliefden.
“Ik hoef het niet meer alleen te doen” zei hij.
Hij kwam op de bank liggen en ik raakte zijn buik aan. Deze man is sensitief, we verbonden al snel met elkaar. Ik gaf hem dit terug.
“Er is niks mis met jouw voelertje”.
Hij voelde zijn eigen buik van binnenuit. Ik voelde hem voller en voller worden. Steeds meer beweging onder mijn handen. Ik zakte af naar zijn bekken, zijn fundament.
Hij kon meevoelen en liet zich zakken in mijn handen.
“Dit ben jij. Dit is jouw basis. Jouw kern”.
Hij voelde zichzelf. We konden er allebei niet omheen. Het was groots. Hij barstte in huilen uit. Prachtig.
Hij voelde hoe is het is om van bestaan naar zijn te gaan.
Van overleven naar leven.
Wat een vak.
Reactie plaatsen
Reacties